Malawi,
een betrekkelijk klein, langgerekt en door andere landen omsloten land in Afrika
ten zuiden van de evenaar. In het zuiden grenzend aan Mozambique, aan de
oost- en westzijde respectievelijk aan Tanzania en Zambia. Na een lange periode
van dictatorschap kent het land nu een zekere vorm van democratie.
Malawi geldt als een van de armste landen en is ook bekend als een van de landen
met het hoogste percentage aids- patiënten. Volgens schattingen zouden 30-40
% van de jongeren met het aids-virus besmet zijn. Hierbij kunnen we concluderen
dat het een desastreuze omvang heeft aangenomen. De Aids ramp openbaart zich
in overvolle ziekenhuizen en in het naar verhouding hoge aantal weeskinderen.
Aanvankelijk was Blantyre de hoofdstad van Malawi. In de zeventiger jaren werd
besloten tot een hoofdstad die meer centraal in het land zou zijn gelegen. Gekozen
werd voor Lilongwe. Veel jonge mannen en vrouwen uit de dorpen trokken naar
deze stad en rondom de kern vormde zich een brede band van slumps. De woonomstandigheden
zijn er ronduit ellendig. Vooral in de slumps van Lilongwe woekert het aids-virus,
in Malawi ook wel genoemd “de ziekte van de stad”.
In
de slumps worden kinderen makkelijk de dupe. De woonomstandigheden zijn slecht,
ouders zijn veelal afwezig om wat geld te verdienen, of zijn overleden a aan
aids. Er is in die gevallen niet de familie waar men op terug kan vallen, zoals
dat in de dorpen gebeurt. Die kinderen lopen verloren, worden dikwijls ziek
en raken ondervoed.
Enige zusters van Moeder Teresa hebben zich het lot van deze kinderen aangetrokken. Zij werden daartoe gevraagd door pater Martin Vernooy, reeds vele jaren werkzaam in Malawi. Midden in de slumps zijn nu eenvoudige huizen voor deze kinderen die door deze zusters worden gerund. De kinderen (groepen van ca. 30) zijn er tijdelijk. Na een verzorging van enige maanden gaan de kinderen weer gezond terug naar hun ouders, of in het geval deze overleden zijn, wordt getracht ze onder te brengen bij andere Afrikaanse families. Een volgende groep kinderen staat weer klaar en bezet het huis weer voor enige maanden.
Het is verwonderlijk dat zonder een vaste bron van inkomsten de verzorging
in de tehuizen van Moeder Teresa draait. Men leeft van de ene week in de andere.
Wanneer de nood aan de man is, blijkt er altijd weer hulp aanwezig. Die hulp
komt voor een deel van de bevolking in Malawi zelf, voor een ander deel van
buiten Malawi. Een niet onbelangrijke bijdrage komt van de kant van Pater Martin
Vernooy. Pater Vernooy is een broer van de moeder van Liesbeth Hermanussen-Thijssen.
Liesbeth is zelf in Malawi geweest en weet hoe belangrijk de hulp is die geboden
wordt. Zij heeft ook 1m³ speelgoed ingezameld en naar de kindertehuizen toegestuurd.
Mocht u zich aangesproken voelen en deze kindertehuizen willen steunen, dan
kunt u uw financiële steun overmaken naar Postbanknr. 1071250 t.n.v Provinciaal
Economaat Witte Paters in Boxtel onder vermelding van Kindertehuizen Moeder
Teresa Malawi. U mag uw bijdrage ook in het mandje (fooienpot voor Malawi) doen.
Namens de kinderen,
ZIKOMO (hartelijk dank)
Jan en Liesbeth Hermanusen